Sunni.nl

  • Full Screen
  • Wide Screen
  • Narrow Screen
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Nieuwsflash

Help Sunni.nl de kosten van de website te financieren en nieuwe projecten op te kunnen zetten, doneer nu veilig en gemakkelijk zoveel of zo weinig als u kunt missen door middel van het geintegreerde PayPal systeem. Scroll naar beneden naar het PayPal gedeelte, vul een bedrag in en klik op de button; jazzakumallah kullu khayran wa-barakallah fiekum.

 

De Weg van de Soennitische Islam

E-mail Print

De Weg van de Soennitische Islam
Imam al-Sayyid al-Habib `Abdallah ibn `Alawi al-Haddad

Alle lof komt aan Allah alleen toe. Moge Allah onze Meester Mohammed, zijn familie en zijn metgezellen zegenen en hen vrede schenken. Wij weten, stemmen in met, geloven, belijden met vastberadenheid en getuigen dat er geen god is dan Allah, alleen en zonder partner. Hij is een Machtige God, een Verheven Heerser. Er is geen heer naast Hem en we aanbidden niets dan Hij. Hij is de Aloude en de Voorafbestaande, de Eeuwige en de Eeuwigdurende. Zijn eerstheid kent geen begin, noch kent Zijn voortduren enig einde. Hij is Enkel en Alleen, Zelfvoorzienend, Hij verwekt niet, noch is Hij verwekt, onvergelijkbaar, zonder partner of gelijke.

"Niets is aan hem gelijk. En Hij is de Alhorende, de Alziende."
(Koran, Sūrat al-Shūra 42:11)

En we getuigen dat Zijn heiligheid (Verheven is Hij!) Hem boven tijd en ruimte plaatst, boven het lijken op iets in het bestaan, zodat Hij niet omvat kan worden door richtingen, noch onderworpen is aan eventuele gebeurtenissen. En dat Hij is gevestigd op Zijn Troon op de manier die Hij heeft beschreven, en in de zin die Hij bedoeld heeft, in een vestiging die de macht van Zijn Majesteitelijkheid betaamt, en de verheerlijking van Zijn glorie en verhevenheid. En dat Hij dichtbij alles in het bestaan is,

“dichterbij hem (de mens) dan zijn halsslagader.”
(Koran, Sūrat al-Qāf 50:16)

Hij is Waakzaam en Ziende over alles.

“Hij is de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap kan Hem treffen.”
(Koran, Sūrat al-Baqara 2:255)

“Hij is de Voortbrenger van de hemelen en aarde. Wanneer Hij een besluit over een zaak heeft genomen, dan zegt Hij er slechts tegen: 'Wees', en het is.”
(Koran, Sūrat al-Baqara 2:117)

“Allah is de Schepper van alle dingen. Hij is over alle dingen Toezichthouder.”
(Koran, Sūrat al-Zumār 39:62)

En dat Hij (Verheven is Hij!) Machtig is over alle dingen, en dat hij de Alwetende is. Zijn kennis is allesomvattend en Hij houdt alles bij.

“En uw heer ontgaat geen stofdeeltje op aarde of in de hemel.”
(Koran, Sūrat Yūnus 10:61)

“Hij kent wat de aarde ingaat en wat er uit komt, en wat uit de hemel neerdaalt en wat er er in opstijgt. Hij is met u waar u ook bent. En Allah is Alziende over wat u doet.”
(Koran, Sūrat al-Hadīd 57:4)

“Hij kent het geheime en het meest verborgene.”
(Koran, Sūrat Tā Hā 20:7)

“Hij weet wat op de aarde is en in de zee; en er valt nog geen blad of Hij weet ervan; en er is geen graankorrel in de duisternissen van de aarde; en niets vers en niets droogs, of het is in een duidelijk Boek.”
(Koran, Sūrat al-An`am; 6:59)

En dat Hij (Verheven is Hij!) bestaande dingen wilt en gebeurtenissen bestuurt. En dat niets kan bestaan, zij het slecht of goed, heilzaam of schadelijk, buiten Zijn verordening en wil. Wat Hij ook wil bestaat, wat Hij niet wil, bestaat niet. Als alle schepselen zich zouden verenigen om een enkel atoom in het universum te bewegen of te stoppen, in de afwezigheid van Zijn wil, zouden zij daartoe niet in staat zijn. En dat Hij (Verheven is Hij!) de Horende, de Ziende, de Sprekende van een voorafbestaande spraak is die in niets lijkt op de spraak der schepselen. En dat de Ontzaglijke Koran Zijn aloude spraak is, Zijn boek dat hij heeft neer gezonden aan Zijn Boodschapper en Profeet Mohammed (Allah zegene hem en geve hem vrede). En dat Hij (Verheven is Hij!) de Schepper is van alle dingen en hun Verzorger, die beschikt over hen zoals Hij dat wil; rivaal noch tegenstander bevindt zich in Zijn rijk. Hij geeft aan wie Hij wilt en ontneemt van wie Hij wilt.

Hij kan niet over Zijn handelen ondervraagd worden, terwijl zij wel ondervraagd worden.”
(Koran, Sūrat al-Anbiyā; 21:23)

En dat Hij (Verheven is Hij!) Wijs is in Zijn daden, Rechtvaardig in Zijn verordeningen, zo dat geen onrechtvaardigheid of tirannie van Zijn kant voorgesteld kan worden, en dat niemand enige rechten over Hem heeft. Zou hij (Glorieus is Hij!) al zijn schepselen vernietigen in een oogwenk, dan zou hij niet onrechtvaardig, noch tiranniek ten opzichte van hen zijn, want zij vallen onder Zijn heerschappij en zijn Zijn dienaren. Hij heeft het recht om te doen wat Hij wil onder Zijn heerschappij.

“En uw Heer is niet onrechtvaardig tegen de dienaren.”
(Koran, Sūrat al-Fussilāt 41:46)

Hij beloont Zijn dienaren voor hun gehoorzaamheid aan Hem uit gunst en edelmoedigheid, en straft hen wanneer zij zich verzetten op grond van Zijn wijsheid en rechtvaardigheid. Hem te gehoorzamen is een verplichting die rust op Zijn dienaren, zoals duidelijk werd gemaakt door de spraak van Zijn Boodschappers (Vrede zij met hen). Wij geloven in elk Boek dat is neer gezonden door Allah en in al Zijn Boodschappers, Zijn engelen en in de lotsbestemming, hetzij goed of slecht. En we getuigen dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is, die Hij heeft gezonden naar de jinn en de mensheid, naar de Arabieren en de niet-Arabieren,

“met de leiding en de ware godsdienst, om deze te doen zegevieren over alle godsdiensten, ook al hebben de polytheïsten er een afkeer van.”
(Koran, Sūrat al-Tauba 9:33)

En dat hij de Boodschap afleverde, trouw was, de Ummah adviseerde, zorgen wegnam en zich voor de zaak van Allah inspande zoals dat Hem toebehoort. Hij was waarheidsgetrouw en betrouwbaar, gesteund door authentieke bewijzen en normoverschrijdende wonderen. En dat Allah het zijn dienaren heeft verplicht om hem te geloven, te gehoorzamen en te volgen, en dat het geloof van iemand niet geaccepteerd wordt, zelfs als hij in Hem zou geloven, totdat hij gelooft in Mohammed (Allah zegene hem en zijn familie en geve hen vrede) en in alles dat hij gebracht heeft en ons verteld heeft, hetzij de zaken in deze wereld of in de volgende. Dit houdt ook in: het geloof in de ondervraging van de doden door Munkar en Nakīr over de religie, de tawhīd (éénheid van Allah) en het Profeetschap en in de gelukzaligheid die zich in het graf bevindt voor diegenen die gehoorzaam waren en de kwelling die het bevat voor degenen die zich verzetten. En dat men moet geloven in de Wederopstanding na de Dood, de verzameling van lichamen en geesten om in de aanwezigheid van Allah de Verhevene te staan, en in de Afrekening; en dat Zijn dienaren dan in verschillende staten zullen verkeren, dat sommigen ter verantwoording zullen worden geroepen en dat sommigen daarvan vrijgesteld zullen zijn, terwijl anderen de Tuin zullen betreden zonder rekenschap te hebben afgelegd. Men moet geloven in de Schalen waarin goede en slechte daden zullen worden gewogen; en in de Sirat, wat een brug is over de diepten van de Hel en in de Poel (hawd) van onze Profeet Mohammed (Allah zegene hem en zijn familie en geve hen vrede), waarvan het water afkomstig is uit de Tuin en waarvan de gelovigen zullen drinken voordat ze de Tuin zullen betreden. En in de bemiddeling van de Profeten, gevolgd door de Waarheidlievende Heiligen (siddiqūn) en dan de geleerden (`ulemā), de oprechten (salihūn) en de andere gelovigen. En de Grootste Bemiddeling is het voorrecht van Mohammed (Allah zegene hem en zijn familie en geve hen vrede). En dat de mensen van tawhid die het Vuur zijn binnengaan eruit zullen worden gehaald totdat geen enkel persoon in wiens hart er geloof zit ter gewicht van een atoom er voor eeuwig in zal blijven. En dat de polytheïsten en ongelovigen eeuwig en altijd in het Vuur zullen verblijven.

“En voor hen zal de bestraffing niet verlicht worden, noch zal hen uitstel gegeven worden.”
(Koran, Sūrat al-Baqara 2:162)

En dat de gelovigen voor eeuwig en zonder einde in de Tuin zullen verblijven.

“Daarin raakt hen geen vermoeidheid en zij worden daaruit niet verdreven.”
(Koran, Sūrat al-Hijr 15:48)

En dat de gelovigen hun Heer zullen zien met hun ogen, op een manier die recht doet aan Zijn Majesteitelijkheid en de Heiligheid van Zijn Perfectie. En dat de Metgezellen van de Boodschapper van Allah (Allah zegene hem en zijn familie en geve hen vrede) deugdelijk waren, dat hun status van verschillende rangorden was en dat zij rechtvaardig, goed en betrouwbaar waren. Het is niet toegestaan om iemand van hen te beledigen of zwart te maken. En dat de rechtmatige opvolger (khalīfa) van de Boodschapper van Allah (Allah zegene hem en zijn familie en geve hen vrede) Abū Bakr al-Siddīq was, gevolgd door `Umar al-Farūq, dan `Uthmān al-Shahīd, dan `Alī al-Murtada, moge Allah tevreden met hen zijn en met al zijn andere Metgezellen en met degenen die hen met uitmuntendheid volgen tot aan de Dag des Oordeels, en ook met ons, bij Uw Genade, O Meest Barmhartige der Barmhartigen!

Voor vragen en opmerkingen over dit artikel verwijzen wij u naar ons Forum

You are here: